Beeldschermen en PPI

Hier staat een artikel, met update, over de geschiktheid van losse beeldschermen voor grafisch werk in de Apple Mac wereld. En in principe ook voor fotografie en algemene toepassing. Het verhaal gaat vooral over de voors/tegens van bepaalde pixel-per-inch waarden. Men gaat er overigens van uit dat men nog goede ogen heeft.

Als je een display van Apple zelf koopt, dan wordt dit allemaal voor je geregeld. Maar jaren lang was Apple gestopt met het leveren van losse beeldschermen. Dat begon voor sommige gebruikers een groot probleem te worden, mede vanwege onderstaand verhaal. Dus inmiddels verkoopt Apple (vooral voor kritische gebruikers) twee beeldschermen bedoeld om aan Apple computers te koppelen: een “gewoon te dure” 5K Studio Display respectievelijk een “ongelofelijk dure” 6K Pro Display XDR. Er is overigens een 24 inch iMac met geïntegreerd 4K scherm (eigenlijk heel redelijk geprijsd).

Er is genoeg gezegd/geYouTube’d over die prijzen. Er zijn uiteraard ook niet Apple alternatieven (wij hebben thuis ondermeer 2 LG monitoren staan). Maar als er echt induikt loop je tegen de complicaties en compromis daarvan aan.

Het probleem is dus dat je bij aanschaf van een losse monitor op veel punten moet letten. Ik sla hier alle standaardisatie en marketing rampen t.a.v. stekkertjes en kabels en USB en Thunderbolt en HDMI versies voor het gemak over. Dus laat ik maar even aannemen dat de winkel je daarbij goed adviseerde en dat je dus in ieder geval beeld hebt in de verwachtte resolutie.

Het meest voorkomende misverstand is “groot is goed”. Voor een gegeven resolutie betekent groter in principe waziger – althans bij monitoren – omdat je er relatief dicht op zit. Steeds groter maken betekent, bij gelijk aantal pixels, dat je op een gegeven moment alleen maar scherp kunt waarnemen dat je naar een onscherp beeld kijkt.

Dus de eerste stap is dat je doorhebt dat vooral voor foto’s bekijken of bewerken dat 4K resolutie (3840 x 2160 = 8 MPixels) beter is dan oude HD monitoren (1920 x 1080 = 2 MPixels). 4K heeft zeker zin bij 24 inch of grotere monitoren. Aangezien er niet veel 24 inch 4K aanbod is, wordt dit helaas gauw 27 inch.

Het besproken artikel gaat over de volgende valkuil (althans op de Mac, Windows heeft vergelijkbare problemen, maar heb ik niet verder uitgezocht). Het probleem is dat bij voldoende resolutie, dat de beeldmaat eigenlijk moet kloppen met de resolutie en omgekeerd. Die verhouding is pixels/inch (PPI) en bepaalt wat je als een scherp beeld ervaart. Maar het bepaalt ook hoe groot of klein software-gegeneerde beelden (en dat is bijna alles wat je ziet: iconen, knopjes, tekst) weergegeven worden.

Hier is mijn poging om te achterliggende technische logica uit te leggen (het bronverhaal zelf is Engelstalig en goed leesbaar, technische juist, met nuttige plaatjes):

  • MacOS gaat ervan uit dat een desktop beeldscherm rond de 218 PPI is. Vroeger (pre-Retina) was dat 109 PPI, maar dan kan zie je korreligheid van de pixels nog. Bij Windows liggen die beide richtlijnen overigens iet lager: 192 PPI respectievelijk 96 PPI.
  • Als een beeldscherm significant meer dan 218 PPI heeft, wordt tekst en iconen door de software van nature kleiner weergegeven. De PPI waarde is eigenlijk een getal waar software ontwerpers vanuit kunnen gaan, en bepaalt bijvoorbeeld hoe groot menu tekst is of hoe groot een icoon is. Vaak kan je de software instellen om b.v. spreadsheet inhoud groter/kleiner weer te geven – maar dat is een verschrikking omdat je steeds opnieuw uitzonderen vind.
  • Een zekere afwijking van de 218 PPI standaard is prima, maar een grote afwijking werkt niet lekker. Als een beeldscherm veel minder dan 218 PPI heeft (maar niet rond de 109), dan worden tekst en iconen van nature “te groot” weergegeven. Beetje zonde van je beeldscherm ruimte (behalve als je ogen wat minder zijn, dan kan dit juist een voordeel zijn).
  • Als een beeldscherm veel meer dan 218 PPI heeft, dan wordt tekst en iconen gewoon kleiner weergegeven. Dit doet men tegenwoordig bewust op vele laptops. Wegens een combinatie van kleinere kijkafstand en een beetje turen.
  • Nu bestaat er een instelling bij MacOS waarbij je minder wenselijke PPI waarden (die bijvoorbeeld halverwege tussen 109 en 218 PPI liggen) kunt bijschalen. Dit zijn 4 extra instellingen waardoor de meeste (?) dingen weer een “normalere” afmeting krijgen.

Kies liefst “Default for display” of “Scaled = Default” (komen op hetzelfde neer).
  • Dit bijschalen betekent dat er door de software intern uitgegaan wordt van een 218 PPI beeld. En dat resulterende interne beeld (“in video RAM”) wordt dan door de grafische processor (GPU) continu omgerekend naar b.v. de grovere 163 PPI van een 27 inch 4K monitor.
  • Dat omrekenen betekent dat tekst en kadertjes en andere scherpe details in beelden waziger worden. Met (als je erop let) soms bewegingsartifacten en Moiré als gevolg. Dit zal niet iedereen opvallen, maar grafische ontwerpers zien dit zeker.
  • Verder betekent dit omrekenen een belasting voor de GPU, met gevolgen voor energieverbruik en accuduur. Die belasting is continu: er worden 60 beelden per seconde omgerekend, ook bij stilstaand beeld. Deze ontwerper op YouTube heeft daarom zijn 4K monitor ingeruild voor monitor met een resolutie tussen HD en 4K in. Het continue omrekenen op zijn vrij moderne M1 computer remde namelijk zijn 3D grafische applicatie (Blender) merkbaar af.

Tot dusver het verhaal met de technische achtergrond.

Wat blijkt: alle Apple desktop computers met ingebouwde beeldschermen (24″ 4K iMac en ouder spul) zitten precies op 218 PPI. En de losse monitoren van Apple hebben vaak onverwachte schermresoluties (5K resp 6K) om aan de 218 PPI richtlijn te voldoen.

Eigenlijk is dit al jaren het geval: het eerste verhaal stamt uit 2016, met een vervolgverhaal in april 2022 om de nieuwere beeldschermen te behandelen. Het fenomeen is dus zeker 10 jaar oud, maar is relevanter geworden omdat Apple onlangs vrijwel gestopt is met het leveren van beeldsherm/computer combinaties. Deze “iMac” productlijn bevat momenteel nog maar één model, en de resterende markt wordt inmiddels volgens Apple afgedekt door de Mac Mini (broodtrommeltje), Mac Studio (superbroodtrommel) en Mac Pro (doos).

Er is een tweede trend waardoor het kiezen van een passend beeldscherm belangrijker geworden is: het is inmiddels aantrekkelijk om een desktop PC te vervangen door een laptop gekoppeld aan toetsenbord plus grote losse monitor. Dit omdat – vooral bij Apple – de laptops en desktops in principe dezelfde rekenkracht hebben. Dan heb bijna je voor geringe meerprijs t.o.v. een gewone desktop er een krachtige laptop bij.

Geef een reactie