|

Terugblik op Expo 2022 (deel 2)

Dit is een vervolg op  Deel 1. Deel 2 gaat over drie alternatieve rekenmethoden 🤓 met hun voor en nadelen. Ze proberen te “meten” hoe onze fotografen zich tot elkaar verhouden. Dat kan interessant zijn voor betrokkenen, maar ook voor andere clubs die iets vergelijkbaars willen opzetten.

Dus, om de individuele foto’s te bekijken, moet U eigenlijk terug naar Deel 1. Deel 2 gaat over de fotografen achter de individuele foto’s, maar de tekst is iets technischer.

(a) Punten per fotograaf

Het ligt voor de hand om om je af te vragen welke fotografen de meeste punten kregen van de bezoekers tijdens de expo. We beginnen simpel met het totaal aantal punten die een fotograaf kreeg – ongeacht hoeveel foto’s er van die fotograaf hingen.

Dat is één mogelijke maat voor “welke fotograaf doet het goed bij het publiek”. En die maat heeft uiteraard weer kanttekeningen: sommige foto’s en makers kunnen heel laagdrempelig zijn, terwijl anderen alleen een bepaald soort liefhebber aantrekt. En de getallen zijn vast beïnvloed door factoren zoals samenstelling van het publiek (buren, fotografen, kinderen…), de soort foto, enz.

Dus dit is een indicatie van “hoe goed ligt de fotograaf bij het publiek” en niet een objectieve maat voor “wie is de beste fotograaf”. Voor sommige fotografen is dit soort informatie interessant, terwijl anderen om dit soort populariteit helemaal niets geven.

METHODE (a): de 6 populairste fotografen bepaald
op basis van het totale aantal punten (blauw).

Dit lijstje overlapt grotendeels met de makers van de eerdere top-6 foto’s. Maar dit is een lijstje gaat over de fotografen in plaats van over individuele foto’s.

Een duidelijk verschil is dat hierdoor Carel Bullens hoog eindigt terwijl. Zijn individuele foto’s scoorden op zich redelijk, maar niet hoog genoeg om in de top-6 foto’s te komen. Dit komt mede omdat Carel relatief veel foto’s exposeerde: iedere foto’s kan volgens METHODE (a) extra punten verdienen. Dus extra foto’s werken hier vaak in je voordeel, en nooit in je nadeel.

(b) Gemiddeld aantal punten per foto

Dit valt te verrekenen door het gemiddelde puntentotaal per foto van een fotograaf uit te rekenen. Dat betekent dat de 125 punten van Cassandra Postema door 4 gedeeld wordt, terwijl dat de 163 punten van Henny Looren de Jong door 8 gedeeld wordt. Daardoor komt Cassandra bij METHODE (b) hoger te staan als Henny.

Deze rekenmethode is beloont de fotograaf, als het ware, voor consistent goede foto’s (volgens de mening van het publiek). De gemiddelde score van een fotograaf daalt dus als er minder interessant werk van hem/haar tussen zit. Voor ons doel lijkt METHODE (b) dus redelijker dan METHODE (a).

METHODE (b): gemiddeld aantal punten per foto (geel).

Bij METHODE (b) is Carel binnen de top-6 vervangen door Sipke Wadman met zijn heel hoge-resolutie macrofoto’s van insecten. Die foto’s zijn mede bijzonder de technieken die Sipke gebruikt en geperfectioneerd heeft. De foto’s van Sipke worden kennelijk door het publiek gemiddeld goed gewaardeerd, en in METHODE (b) niet afgestraft voor het lage aantal. Sipke heeft er overigens honderden van, allen van vergelijkbare kwaliteit, die hij gratis beschikbaar stelt aan musea en onderwijsinstanties.

(c) Hoe ga je om met series?

Er zit eigenlijk nog steeds een probleem in de net beschreven METHODE (b):

METHODE b: rangschik op gemiddelde_score ( = totaal_aantal_punten / aantal_fotos )

We delen hier door het aantal expo foto’s van de fotograaf, om een soort totaalbeeld te krijgen van de fotograaf (in het kader van de expo). Bij METHODE (a) ligt de nadruk op de positieve uitschieters en trekken de zwakkere foto’s het eindresultaat nog een klein beetje omhoog zolang ze nog enkele punten krijgen. Ofwel:

METHODE a: rangschik op totaal_aantal_punten ( = gemiddelde_score * aantal_fotos )

Het resultaat in METHODE (b) is omgekeerd evenredig met het aantal foto’s. Dat heb je zo bij gemiddelden. Maar de praktijk is wat ingewikkelder als je kijkt wat er kan gebeuren met series bestaande uit sterk verwante foto’s.

Series van 3 foto’s van Carel Bullens in 1 lijst

Bij METHODE (b) heb ik dit drieluik als 1 foto geteld – vooral omdat Carel ze in één passe-partout ingelijst heeft. Er hing dus 1 lijst met 1 nummer waar je op kunt stemmen. De punten van de bezoeker gaat dus naar het drieluik en niet naar de individuele foto’s.

Je ziet nog extremere verstrengeling in de foto’s van Bram van den Berge. Dat zijn setjes foto’s, vaak van verschillende onderpen, die toch dusdanig bij elkaar passen dat Bram ze op Photoshop-nivo combineert.

Bram van den Berge exposeerde een reeks van dit soort combi-foto’s.

De 3 insecten van Sipke hingen daarentegen in 3 aparte lijsten. Dus in METHODE (b) telden ze als drie foto’s, ook al zijn ze een hechte serie. Dus eigenlijk net zo goed een drieluik.

Drie insecten van Sipke Wadman (die overigens ieder uit honderden opnames samengesteld zijn).
Van links naar rechts: pluimvoetbij, grijze zandbij en een anoniem “zoldermotje”.

Ook de serie van 6 van Henriëtte hing op de expo als zes aparte foto’s, ieder met een eigen nummertje voor het stemmen.

Henriëtte van Ekert – is dit voor METHODE (c) 6 losse foto’s, twee series van 3, of één serie van 6?
Wij hebben het hier maar beschouwd als twee series (onder en boven) met ieder drie foto’s.

Als je dit als 6 foto’s telt, krijg Henriëtte 21 punten gemiddeld zoals ook in METHODE (b). Maar een bezoeker die 3 punten uitgeeft, kan daarna slechts 2+1 punten aan andere foto’s toe kennen. Dus zelfs als stemmers al hun 6 punten aan alleen aan deze 6 beelden uitgeven, trekt het aantal van 6 de gemiddelde score van de fotograaf omlaag – ook als met ieder individuele foto geweldig vind.

Dit is als je goed kijkt het gevolg van de keuze om 3 foto’s te laten kiezen. We vonden bij de stembriefjes het ondoenlijk om bezoekers te vragen om ieder van de 100+ foto’s een score te geven. Één kiezen bleek in het verleden te weinig te zijn. 10 kiezen zou al teveel gedoe zijn.

Eigenlijk voorzag de tekst op het stembriefje al in dit probleem:

“Indien deze 3 [gekozen] foto’s een serie vormen, krijgt de serie 3 punten.”

text op het papieren stembiljet gebruikt in 2020 en in 2022

Dit ging ervan uit dat eventuele series altijd uit 3 foto’s bestaan (vaak wel, maar…). En ging eraan voorbij of de bezoeker 1 of 3 keer binnen een serie zou kiezen (hmmm).

METHODE (c): gemiddeld aantal punten per foto voor zes fotografen.
Hierbij zijn sterk verwante series van foto’s als 1 foto geteld.

Dit leidde tot METHODE (c), waarbij:

  • we heel terughouden zijn om iets een serie te noemen. “Allemaal op dezelfde dag of in hetzelfde gebied genomen” of “je kan ze samen zien als één documentaire” is niet voldoende om een serie te zijn. Het is pas een serie als ze overduidelijk visueel een drieluik (of n-luik) vormen: je zou de lijsten aan elkaar kunnen maken, zoals schilders dat in vorige eeuwen deden. Een drieluik wordt bijeen gehouden en heeft een (door de maker) bepaalde onderlinge volgorde.
  • een degelijke “echte” serie telt dan als 1 werk. Alle stemmen gaan als het ware naar de serie. En je telt de serie als 1 werk bij het berekenen van het gemiddelde.
  • de bezoeker kan momenteel nog wel op individuele foto’s stemmen, maar de rekenmethode compenseert ervoor als een “overduidelijk drieluik” drie verschillende nummers heeft om op te stemmen: de verkregen punten worden bij een gemiddelde hoe dan ook opgeteld, en de serie telt als 1 object.
METHODE c: rangschik op gemiddelde_score (= totaal_aantal_punten / aantal_losse_fotos_en_series)

waarbij aantal_losse_fotos_en_series = aantal_losse_fotos + aantal_series
ofwel aantal_losse_fotos_en_series = aantal_fotos - serie_bonus 

Een rekenvoorbeeld: van Henriëtte hingen er 6 foto’s met 6 verschillende nummers. Maar we willen ze hier als 2 series in plaats van als 6 losse foto’s. En dus worden de ontvangen 127 punten door 2 gedeeld om het gemiddelde per object te bepalen.

Een ander voorbeeld: van Mieke Kerkhoven hingen er 7 foto’s die je kunt zien als 2 series van drie plus 1 losse foto. Dat levert gemiddeld 29,3 punten op door all haar punten te verspreiden over die 2 series en 1 losse foto ( 88/(2+1) ofwel 88/(7-4) ).

Samenvattend, in METHODE (c) wordt een fotograaf beloond

  • als de foto’s van de fotograaf (gemiddeld) veel punten krijgen. Net als METHODE (b).
  • en als foto’s van een fotograaf een dusdanig hechte serie vormen dat het eigenlijk geen zin heeft om ze als losse onafhankelijke foto’s te behandelen. Eigenlijk voorkomt dit een te lage score als de punten over de serie heen verdeeld dreigen te worden. Dit is een verbetering op METHODE (b).

Samenvattend, volgens METHODE (c) wordt een serie (zoals de tekst op de stembriefje al probeerde uit te leggen) als één object wat betreft stemmen behandeld. De bezoeker kan besluiten 3 punten aan de serie te geven en de resterende 2 + 1 punten elders toe te kennen. Het stembiljet sluit niet uit om alle 3 + 2 + 1 punten binnen bijvoorbeeld één enkel drieluik uit te geven.

En series en vergelijken van foto’s?

Zou je bij de top-6 lijstjes in Deel 1 ook rekening moeten houden met series? Bij “winnen” wil de club om praktische reden slechts 1 foto verloten. Dat scheelt verrassingen bij zowel onze begroting als bij de gelukkige winnaar (“help, een drieling!”).

Bij “meeste punten” zou het in principe wel kunnen. Het zou soms de rangschikking kunnen beïnvloeden. Maar hierdoor zou het weergeven van de uitslag wat ingewikkelder worden: soms behoren de punten aan een foto, soms aan een setje foto’s. Dat valt op omdat we de foto’s in deel 1 willen laten zien. Dat probleem geldt minder in Deel 2 omdat de nadruk is op welke fotograaf op welk podiumplaats staat. Series is dan vooral relevant voor wie wil narekenen hoe de score per fotograaf tot stand gekomen is. Die kan je dan doorverwijzen naar dit verhaal.

Vergelijkbare berichten

Eén reactie

Geef een reactie